Gratis Proefles

Omkeringen van akkoorden

Een akkoord kan op allemaal verschillende manieren en in allemaal verschillende combinaties voorkomen.


Zo kunnen de noten van een akkoord heel ver uit elkaar liggen. Als je bijvoorbeeld de allerlaagste  C op de piano speelt en de allerhoogste E en G,  dan heb je nog steeds het akkoord van C. Want het akkoord van C is C - E -G.


Ook kan een drieklank uit veel meer dan drie noten bestaan. Als je bijvoorbeeld deze acht noten tegelijk speelt: C –E –G – C- E – G – C – E, dan heb je nog steeds het akkoord van C. Want uiteindelijk komt het neer op maar drie verschillende noten: de C, de E en de G. En die vormen samen de drieklank van C.
 

Omkeringen of inversions

Ook als je de volgorde van het noten van het akkoord door elkaar husselt, blijft het hetzelfde akkoord. Wanneer je een drieklank zo door elkaar husselt dat de grondtoon niet meer de laagste toon is, spreken we van een omkering.
 

Wanneer de oorspronkelijk middelste toon van een drieklank nu de laagste toon is, heet dat de 1e omkering.
Wanneer de oorspronkelijke hoogste toon van een drieklank nu de laagste toon is, heet dat de 2e omkering.
In de popmuziek heten omkeringen inversions.
Wanneer een drieklank niet door elkaar is gehusseld, maar de grondtoon gewoon de laagste toon is, heet dat de grondligging.

Een voorbeeld

Het C-akkoord in grondligging is C - E - G.
Als je nu van onder naar boven E – G – C speelt, hebben we te maken met de 1e omkering van het C-akkoord.
Als je van onder naar boven G – C - E  speelt hebben we te maken met de 2e omkering van het C-akkoord.
Want ook deze drie noten zijn terug te brengen tot de noten C - E - G. En dat vormen het akkoord van C.

Wat heb je aan omkeringen?

Als je gebruik maakt van omkeringen, kun je sneller en handiger van het ene naar het andere akkoord gaan.
De sprong van een C-akkoord in de grondligging naar een F-akkoord in de grondligging is best een grote sprong.
Maar als je van een C-akkoord in de grondligging gaat naar het F-akkoord in de 2e omkering hoef je alleen je duim maar 1 toets op te schuiven:

Van_C_naar_F.jpg

 

 

 

 

 

Je mag zelf weten wanneer je omkeringen gebruikt. Beslis zelf wat je handig en mooi vindt. Het is wel het beste om het laatste akkoord van een nummer in de grondligging te spelen.

Hoe kun je een omkering herkennen?

Bij een majeur- en mineurakkoord heb je steeds maar 2 of 3 toetsen ertussen zitten. Als er 4 toetsen zitten tussen twee tonen, weet je dat je te maken hebt met een omkering.
Als je bijvoorbeeld de noten D – F – Bes tegenkomt, kun je zien dat je niet te maken hebt met het akkoord van D, maar met een omkering van het Bes-akkoord. Tussen F en Bes zitten namelijk 4 toetsen.

Omkering_herkennen.jpg